Jesaja’s voorbeeld

In deze tijd richting Pasen houdt het lijden van Christus mij altijd erg veel bezig. Voor mij persoonlijk altijd een hele bijzondere tijd. Lezen, bidden, de Matthaüs passion bezoeken. Met andere gelovigen spreken. Zo is er elke keer weer nieuwe diepte in het leven van Jezus. Elk jaar ontdek ik weer nieuwe rijkdom. Zo ook deze keer. Ik las in Jesaja 53 over het lijden van de Messias. En meerdere keren wordt pijnlijk duidelijk dat het volk niet in de gaten had met Wie zij hier te maken hadden en hoe groot het werk is dat daar beschreven wordt.

Wie heeft onze prediking geloofd? ….Wíj hielden Hem echter voor een geplaagde, door God geslagen en verdrukt….

Het klinkt misschien wat vreemd maar beter kan ik het niet verwoorden om de lading te dekken: Het is alsof de ‘eenzaamheid’ van God de Vader naar voren kwam. Hij alleen ziet de waarde in van Zijn Zoon. Alleen Hij kent Hem echt. Alleen Hij schat het grote offer op waarde. Aan wie kan Hij die diepte kwijt? Veel mensen houden niet zo van diepgang. Bovendien gaat het vaak langs ons heen. Nu ik dit schrijf ontroert het mij opnieuw. Wat missen we dan? Ondanks dat we ‘zo goed’ op de hoogte zijn van wat Christus voor ons heeft gedaan.

Jesaja 53 gaat niet over het opwekken van een schuldgevoel. Het gaat de schuld voorbij en doet een appel op het hart van de gelovige om zich te laten onderwijzen door de openbaringen van God. Een diep verlangen om Hem te kennen en deel te hebben aan Zijn lijden. Niet om geestelijk iets voor te stellen. Niet aanmatigend of zoals Petrus: “Al zal iedereen U verlaten, al kost het mij mijn leven, ik zal U niet verloochenen”. Maar om Hem te aanbidden. Heel klein worden. De bijbel spreekt ook niet voor niets over gemeenschap aan Zijn lijden. En dat gaat veel verder dan ‘alleen maar’ dankbaar zijn voor wat Hij heeft gedaan. Dit gaat over een diep besef. Alsof je er bij bent. Alsof je Hem Zelf bent. Zo diep. Alsof je Zijn tranen huilt. Alsof je Zijn vreugde voelt. Alsof je Zijn gehoorzaamheid voelt. Alsof? Of?

Maria’s voorbeeld

Wat ging er door Maria heen toen zij de dure zalfolie over het hoofd van Christus uitgoot? Wat een bijzondere gedachte, Iemand zalven voor Zijn begrafenis terwijl Hij nog onder hen was. Dit ontroert mij meer dan ik kan zeggen. Wat een liefde voor de Zoon van God! Wat een liefdevolle zorg. Alsof ze de pijn en het leed wilde helen dat nog moest komen. Hoewel ze niet alles, of misschien wel heel weinig besefte. Een ongekende daad van aanbidding. Gevoelig voor de Heilige Geest. Een Goddelijke openbaring. En niet alleen door haar liefde. Dit is een gave van de Vader voor de Zoon. Uitgewerkt in het hart van Maria door de Heilige Geest. Voor eeuwig vastgelegd in de geschiedenis.

De dure zalfolie bleef dagen, zo niet weken in de kleding achter en produceerde een lange tijd een heerlijke geur. Het is dus zeer goed denkbaar dat deze zalfolie vermengd is geweest met het zweet en het bloed dat gevloeid heeft tijdens Zijn worsteling in de hof van Gethsemané. De heerlijke geur die samen met het bittere lijden vermengd werd. We speculeren niet hoe het is gegaan. En we verheerlijken Maria niet. De Heilige Geest heeft dit immers uitgewerkt? Maar wat een genade is het als we zo door de Vader gebruikt worden in het leven van Zijn Zoon. Wat is de laatste keer dat jij zo’n openbaring als Maria hebt gehad over Jezus? Hij weet het.

Davids voorbeeld

In psalm 16 en psalm 22 lezen we hoe David pijn maar ook onvergankelijkheid beleeft. Hij is in een periode in zijn leven die heel diep gaat. De pijn is zo diep dat deze niet meer puur lichamelijk of psychisch is. De pijn is geestelijk, bovennatuurlijk. Het is veel meer dan alleen Davids eigen pijn. Het is alsof hij met Christus, of in Christus zelf aan het kruis hangt. Het gaat hier niet meer over David. Alsof het een anekdote uit zijn leven zou zijn. Nee, het is hier Christus Zelf die Zich openbaart. Daarom noemen we het ook een Messiaanse psalm. Zo dichtbij zijn. Makkelijk? Nee. Van onschatbare waarde. Ja. Absoluut. Wat is de laatste keer dat jij zo dichtbij bent geweest? De laatste keer dat jij Zijn pijn zo hebt gevoeld, net als David? Hij weet het.

In psalm 16 lezen we hoe hij de onvergankelijkheid ervaart. Ook hier gaat het niet over David zelf. Hij kan op dat moment ‘in Christus’ ervaren wat de onvergankelijkheid is van de opstanding. Petrus haalt dat aan na de opstanding van Christus. Ook dit is een Messiaanse psalm. Christus’ lichaam heeft geen ontbinding gezien in het graf. In tegenstelling tot alle andere mensen. Heb je zelf ook al zo de onvergankelijkheid ervaren, net als David?

Teveel om op te noemen

Zo zijn er nog talloze voorbeelden van mensen die gemeenschap hadden aan het lijden van Christus, denk maar aan Paulus, die in zijn bediening een deel van het lijden in Christus vervulde (Kolossenzen 1:24). Maar ook aan bijvoorbeeld Jeremia die al in het oude testament een voorafschaduwing was van de Man van Smarten. De man (Klaagliederen 3) die ellende gezien heeft door Gods toorn. De man die iets van de last ervaren heeft die op Christus zou worden gelegd, eeuwen later.

De gezindheid van Christus

Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor ons geleden heeft; Hij laat ons zo een voorbeeld na, opdat u Zijn voetsporen zou navolgen;
Hij, Die geen zonde gedaan heeft en in Wiens mond geen bedrog gevonden is; Die, toen Hij uitgescholden werd, niet terugschold, en toen Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem Die rechtvaardig oordeelt; Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout, opdat wij, voor de zonden dood, voor de gerechtigheid zouden leven. Door Zijn striemen bent u genezen. Want u was als dwalende schapen; maar u bent nu bekeerd tot de Herder en Opziener van uw zielen.

1 Petrus 2:21-25

Toen het Lam geslacht werd en geofferd werd en aan het kruis van Golgotha stierf, kwam er een heerlijke geur voor God vrij. Geen zonde, geen verzet. Geen enkele onzuiverheid. Hij heeft het God gelijk zijn niet opgeëist. Maar heeft Zichzelf ontledigd. Toen God Hem verbrijzelde kwam er heerlijkheid vrij. Zo was dat niet met ons. Zelfs de grootste Godsmannen hebben gefaald. Mozes sloeg op de rots. Hij mocht het beloofde land niet in. Job en Jeremia vervloekten hun geboortedag. Toen de nood het hoogst was, rechtvaardigden zij zichzelf en vroegen om vergelding. Jona was jaloers of ontevreden vanwege het feit dat God een ander volk genadig zou zijn. Salomo had vreemde vrouwen lief. Petrus verloochende de Heiland. Deze mensen weerspiegelen datgene wat ook wij allemaal zijn en doen.

Zo niet Christus. Geen protest, geen wanklank. Hij dacht in Zijn crisisuur aan Zijn Vader en aan jou en mij. Elk mens, als hij of zij in gevaar komt, gaat vechten of vluchten, zo zitten we in elkaar. Of we verlammen van angst. Maar Hij bad (Johannes 17) om ons en de Vader en ons onder elkaar 1 te maken zoals Christus en de Vader dat waren. En toen Hij onderweg was naar Golgotha zei Hij tegen de vrouwen: Huil niet om mij, maar om uzelf en uw kinderen (Lukas 23). Geen bitterheid. Hij schold niet terug (1 Petrus 2:23) maar bad om vergeving. En op het allerzwaarste moment geen zelfmedelijden of klacht maar een roep naar Zijn Vader: Waarom hebt U Mij verlaten?

Zijn hart was bij (de wil van) Zijn Vader en bij ons. Geen vechtreactie, geen vluchtreactie. Geen verlamming van angst. Maar gehoorzaamheid tot in de dood.

Een goed voorbeeld doet volgen

Hebreëen 12 roept ons op om de overste Leidsman en Voleinder van het geloof te volgen. Hij is opgestaan uit de dood. Als dat niet was gebeurd, was alles voor niets geweest. Paulus zegt over de opstanding dat als die niet had plaatsgevonden, dat ons geloof waardeloos zou zijn, en dat we de meest beklagenswaardige mensen zouden zijn. Maar Hij die geen ontbinding heeft gezien is in heerlijkheid opgestaan. En die kracht, waardoor Hij uit de doden is opgestaan, is werkzaam in ons die geloven (Efeze 1). De openbaring over Wie Hij is, wordt ons door de Heilige Geest gegeven.

Laten we net als Maria en David en Jeremia, en nog vele anderen, gemeenschap hebben aan het lijden van Christus. De schuld voorbij, de openbaring binnen gaan. Niet alleen dankbaar zijn, maar ook deelhebben. Dat is waar God naar verlangt. Hij heeft ons niet voor niets Zijn Geest gegeven. Profetie, bedieningen, tijden en gelegenheden, alles zal voorbij gaan. Maar de liefde blijft voor eeuwig. Laat wij ons niet van de eenvoud van de toewijding aan Christus laten afbrengen (2 Korinthe 11). We zijn in de eerste plaats geroepen om God lief te hebben. Laat die liefde volmaakt zijn. En als we doordrenkt zijn met het besef hoe Hij ons heeft gedragen, kunnen we ook door Zijn Geest elkaars lasten dragen. Dan zijn we blij wanneer we anderen kunnen vergeven. Dan zoeken we het goede voor de ander. Niet uit sociale bewogenheid. Maar bewogenheid door de Heilige Geest.

Maar verblijd u naar de mate waarin u gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, opdat u zich ook in de openbaring van Zijn heerlijkheid mag verblijden en verheugen.

1 Petrus 4:13

Alle bijbelteksten in deze blog zijn ontleend aan de bijbel in de Herziene Statenvertaling.

Heb je een verzoek of wens voor een bepaald onderwerp, voor een van de volgende blogs? Laat het weten via ons contactformulier.